1.2 De Arduino Uno
De Arduino Uno is een klein blauw bordje met een microcontroller erop (de zwarte chip in het midden, een ATmega328P). Eromheen zitten allemaal aansluitingen — pinnen — waarmee je de buitenwereld aansluit.
De belangrijkste pinnen
Je hoeft niet alle pinnen uit je hoofd te kennen. Dit zijn de groepen die je het vaakst gebruikt:
- Digitale pinnen (0–13): aan of uit. Hier sluit je LED's, knoppen en veel sensoren op aan. De pinnen met een
~(3, 5, 6, 9, 10, 11) kunnen ook PWM — daarover later meer. - Analoge pinnen (A0–A5): lezen een spanning in als getal, bijvoorbeeld van een draaiknop of lichtsensor.
- Voeding:
5Ven3.3Vleveren stroom,GNDis de min (de "aarde"). Vrijwel elk onderdeel sluit je aan tussen een voedingspin en eenGND-pin. - USB: hiermee laad je je programma op het bord én geef je het stroom.
De ingebouwde LED
Er zit al een LED op het bord, vast verbonden met pin 13. Handig: daarmee kun je je allereerste programma testen zonder ook maar één draadje aan te sluiten. Dat doe je in het volgende hoofdstuk.
Een LED gaat snel kapot bij te veel stroom. De ingebouwde LED op pin 13 is al beschermd. Sluit je later zelf een LED aan, dan heb je een weerstand nodig — dat leer je in 3.1 Een externe LED.
Echt bord of simulator?
Heb je een Arduino Uno? Mooi. Heb je er geen? Ook prima: in deze cursus kun je elk Arduino-voorbeeld in de browser simuleren. Wat je daarvoor nodig hebt, lees je in 1.3 Wat heb je nodig?.